Van vaantje tot filenieuws

Arnoud Broekhuis is manager Verkeersinformatie bij de ANWB. Hij schetst de geschiedenis van de file en verkeersinformatie.

De tijd dat de Wegenwacht langs de weg stond om de weggebruiker met een vaantje te waarschuwen voor lokale gladheid of een verraderlijke mistbank ligt ver achter ons. Zo ook de frequente belrondes met dertien wegenwachtstations over de weersomstandigheden en situatie voor het verkeer; de dienstdoende medewerker op het Wegenwachtstation moest via de mobilofoon de wegenwacht in zijn auto vragen naar de situatie ter plaatse. Andere bronnen waren politiekorpsen, tankstations, wachtcommandanten van kazernes en grensposten. Alle bevindingen van al deze mensen werden ingevuld, in kaart gebracht en gedeeld met het KNMI, die op zijn beurt een verkeerswaarschuwing formuleerde en deze per telex verzond. Deze activiteit voeren wij nog altijd uit, maar nu via rechtstreekse communicatie met de wegenwachten. Dankzij ICT- en communicatietechnologie zien wij waar de wegenwachten zich bevinden. Zo beschikken wij altijd over de meest actuele situatie op de Nederlandse wegen.

Als we een ‘filevermoeden’ hadden, dan vroegen wij de telefoniste van Wegenwacht de praatpalen uit te luisteren. Het geluid van afremmende autowielen gaf ons een beeld over de staart van de file.

Eerste file op eerste pinksterdag in 1955. Het fenomeen ‘file’ is nu ruim zestig jaar oud. Op eerste pinksterdag 1955 ontmoetten Duitse toeristen en Nederlanders weggebruikers elkaar op de A12 bij knooppunt Oudenrijn. Naarmate de mobiliteit en het autogebruik groeiden, werd de kans op files ook groter. Bij toename van files nam ook de behoefte aan informatie erover toe. Dat was niet altijd even makkelijk; zeker bij slecht weer. De onvoorspelbaarheid van verkeersopstoppingen maakte deze lastig te detecteren. Bovendien waren bronnen en communicatiemiddelen beperkt. Om toch zicht te hebben op de situatie op de Nederlandse snelwegen patrouilleerden de Wegenwacht en de Algemene Verkeersdienst uit Driebergen. Er waren natuurlijk veel te weinig politie-Porsches om voortdurend alle wegen te monitoren. Helemaal voor het onderliggend wegennet.

Andere informatiebronnen waren de tankstations en zelfs de praatpalen. Als we een ‘filevermoeden’ hadden, dan vroegen wij de telefoniste van Wegenwacht de praatpalen uit te luisteren. Het geluid van afremmende autowielen gaf ons een beeld over de staart van de file. Vervolgens belden wij met het dichtstbijzijnde tankstation aan de overzijde van de snelweg. Wij vroegen de baliemedewerker hun klanten te vragen of zij deze file konden bevestigen en of ze hadden gezien wat de oorzaak ervan was. Vervolgens vroegen wij de Wegenwacht of politie om poolshoogte te nemen.

Samen met TomTom en Simacan
De ‘dagelijkse’ files op vaste knelpunten dateren van eind jaren ‘70. Toen ontstonden door woon-werkverkeer de eerste structurele files in ons land; de ochtend- en avondspits deden hun intrede. In die tijd werden ook de eerste verkeersignaleringssystemen ontwikkeld; hiermee waren we in staat om weggebruikers te waarschuwen voor files. De lussystemen die onder meer de snelheid van het verkeer detecteren, zijn op veel delen van het snelwegennet aangelegd. Helaas lagen deze ‘lussen’ niet overal. Fijn dus dat we sinds 2015 de floating car data van TomTom gebruiken en Simacan deze gegevens in al onze systemen verwerkt. Sindsdien kunnen wij overal vertraging meten en weggebruikers daarover informeren. Dit heeft de kwaliteit van de verkeersinformatie voor heel Nederland aanzienlijk verbeterd.

[tekst door: Jeroen van den Nieuwenhuizen]